Voorbereiding op het Heilig Avondmaal?

Af en toe overkomt het me: een preekvoorziener belt me op om een afspraak te maken voor een ‘preekbeurt’ in een andere gemeente. Daarbij wordt gemeld dat het die zondag ‘voorbereiding op het Avondmaal’ is (de zondag die aan de viering van het Avondmaal vooraf gaat). ‘Of ik daar dan aandacht aan wil besteden’. Dat wil ik wel. Maar dan vraag ik wat dat inhoudt in die gemeente, voorbereiding op het Avondmaal? Steevast breng ik de preekvoorziener daarmee in verlegenheid: ‘Tsja, wat houdt dat eigenlijk in, voorbereiding op het Avondmaal?’ In mijn eerste gemeente lazen we als voorbereiding op het avondmaal een stukje van het klassieke avondmaalformulier. Ouderen herinneren zich wel de zogenaamde ‘Katern’ bij het Liedboek. Het eerste stuk van dat avondmaalsformulier ging over de voorbereiding. Ik werd dan geacht daar een gedeelte van ‘op te lezen’ op de voorbereidingszondag. De gemeente luisterde met de gezichten strak geplooid naar deze klassieke woorden: ‘Opdat wij nu tot eer van God en onze vertroosting dit avondmaal mogen vieren, hebben wij tevoren onszelf te beproeven. In deze zelfbeproeving komt tot eenieder van ons de vraag: Hebt gij een hartelijk berouw over uw overtredingen, zodat ge uzelf mishaagt en voor God verootmoedigt? Gelooft gij de vaste geloften van God waarin aan alle verbrokenen van hart volkomen vergeving van zonden…toegezegd wordt?’. In deze zinnen klinkt iets door wat typisch is voor de beleving rondom het Avondmaal van veel protestanten in ons land. We worden opgeroepen om allereerst onszelf te beproeven, d.w.z.: onszelf kritisch in ogenschouw te nemen. Zijn we oprecht (‘hartelijk’) in onze gevoelens van schuld en berouw? Geloven we wel in de vaste beloften van God? Hoe zit het met onze handel en wandel? Uiteraard kan het – voorzichtig uitgedrukt – geen kwaad om van tijd tot tijd je eigen doen en laten kritisch te beschouwen. En ja: we zijn zondaren, daarvan ben ook ik nog steeds overtuigd. Maar hier ligt wel de voedingsbodem van wat we Avondmaalsmijding noemen: christenen nemen geen deel aan het Avondmaal, omdat ze het gevoel hebben dat ze dat niet mogen. Na het zelfonderzoek zijn ze tot de conclusie gekomen dat ze het vereiste niveau aan geloof en heiligheid niet halen. In tal van kerken in onze regio neemt dan ook alleen een select gezelschap van ‘oprechte bekeerden’ deel aan het Avondmaal. De rest van de gemeente kijkt toe, somber gestemd over de eigen onbekeerlijkheid. Ergens begrijp ik dat ook nog wel…want wie van ons kan van zichzelf (haarzelf) zeggen dat het berouw over zijn/haar overtredingen ’hartelijk’ is? Uiteindelijk zijn we allemaal kwetsbaar en broos, ook in geloof en levenswandel. Trouwens: in welke mate zijn we überhaupt in staat om onszelf te kennen en te doorgronden, zoals alleen God ons kent en doorgrondt? (Psalm 139). Wie zichzelf beschouwt, ontdekt een mens zoals wij allen zijn: kwetsbaar en broos, met aangeboren beperkingen op alle terreinen van denken, doen en geloven. En, al is er niet alles mee gezegd, het moet wel gezegd: we zijn zondaren, en dat blijven we ook. Avondmaalsmijding ontstaat waar we op onszelf blijven zien, en vervolgens (alleen maar kunnen) concluderen dat we in alle opzichten beperkt zijn en blijven. Gelukkig roept het klassieke avondmaalsformulier ons wel op om te geloven in de volkomen vergeving van zonden, zoals dat in het Avondmaal verkondigd wordt. Maar velen die het Avondmaal vermijden komen daar nooit aan toe omdat ze blijven steken bij dat zelfonderzoek: ook hun eigen geloof ervaren ze als beperkt. En dat is het ook….. Steeds meer ben ik me dan ook gaan afvragen hoe zinvol het is om elkaar op deze wijze op te roepen tot zelfonderzoek voorafgaand aan het Avondmaal. Ik kwam terecht bij Luther, die weinig moest hebben van allerlei verhalen over wat er in mensen omging. Zie nou alleen maar op Christus, niet op jezelf…. Het voorbereidende zelfonderzoek ontbreekt dan ook in de Lutherse belijdenisgeschriften (die maken sinds 2004 ook deel uit van de geloofstraditie van de PKN) In zijn catechismus stelt Luther de vraag wie het Avondmaal op waardige wijze ontvangt. Het antwoord luidt: ‘eerst die mens is werkelijk waardig en wel voorbereid, die deze woorden gelooft: ‘Voor u gegeven en vergoten tot vergeving van zonden’. Het enige criterium voor een waardige en goedvoorbereide avondmaalsviering is hier ‘geloof’. Nou is ‘geloof’ een breed begrip. Maar Luther is duidelijk waar dat ‘geloof’ betrekking op heeft: op Jezus, en op de vergeving die we ontvangen mogen in/door Hem. In vergelijking met onze vaderlandse Gereformeerde traditie legt Luther voluit de nadruk op het geloof in Jezus bij de voorbereiding op het Avondmaal. Dus niet eerst een soort zelfonderzoek waarbij we naar onszelf kijken, en onszelf van alles en nog wat afvragen over onszelf: is ons geloof wel groot genoeg? Is onze handel en wandel wel op orde? Is ons berouw wel oprecht genoeg? Het antwoord op al die vragen is voorspelbaar (‘Nee, natuurlijk niet’) en houdt ons alleen maar af van de kern van het Avondmaal: de verkondiging van Gods genade voor zondaren in Christus. Met Luther zeg ik u ter voorbereiding op onze avondmaalsvieringen: kijk niet naar uzelf, let niet op elkaar. In brood en wijn wordt Gods genade voor u zichtbaar en tastbaar, daar gaat het om. Neem dat in geloof en in dank aan, en u mag als gezegend mens verder gaan.

Ds. E.H. Egberts